Een vordering op je klant die definitief niet meer wordt betaald. De btw die je hierover al had afgedragen, mag je terugvragen bij de Belastingdienst.
Uitgebreide toelichting
Een oninbare vordering is een bedrag dat een klant je definitief niet meer gaat betalen, bijvoorbeeld door een faillissement of omdat elke incassopoging is mislukt. De btw op die factuur heb je in het kwartaal van facturering al afgedragen aan de Belastingdienst, terwijl je het geld nooit hebt ontvangen. Die btw mag je terugvragen.
Een vordering geldt als oninbaar zodra duidelijk is dat de klant niet gaat betalen. De Belastingdienst hanteert daarnaast een vaste uiterste termijn: de vordering is in ieder geval oninbaar één jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum. Is er geen betalingstermijnBetalingstermijnDe periode waarbinnen je klant je factuur moet betalen. Zonder afspraak geldt tussen bedrijven 30 dagen; afspreken mag meestal tot 60 dagen. Voor consumenten kies je zelf een redelijke termijn.Bekijk begrip afgesproken, dan geldt de wettelijke termijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door je klant.
De btw over een oninbare vordering vraag je terug in de btw-aangifteBtw-aangifteDe periodieke opgave (meestal per kwartaal) aan de Belastingdienst van de btw die je klanten in rekening bracht, verminderd met de voorbelasting over je kosten.Bekijk begrip over het tijdvak waarin de vordering oninbaar is geworden: je verwerkt het bedrag als negatieve omzet en negatieve btw. Betaalt de klant later alsnog (deels), dan geef je de btw over dat deel opnieuw aan. Loop daarom bij elke btw-aangifte je openstaande facturen na op oninbaarheid, zodat je de teruggaaf in het juiste tijdvak verwerkt. Ontdek je pas later dat een vordering oninbaar was, dan corrigeer je dat eerdere tijdvak met een suppletieBtw-suppletieEen correctie op een eerder ingediende btw-aangifte. Een verschil tot € 1.000 verwerk je in je eerstvolgende aangifte; daarboven dien je een aparte suppletie in bij de Belastingdienst.Bekijk begrip .
Een vordering is oninbaar zodra duidelijk is dat je klant definitief niet meer gaat betalen, bijvoorbeeld door een faillissement of nadat elke incassopoging is mislukt. Kun je dat moment niet aanwijzen? Dan hanteert de Belastingdienst een vaste uiterste termijn: een vordering geldt in ieder geval als oninbaar uiterlijk één jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die je met je klant had afgesproken.
Je vraagt de btw terug via je gewone btw-aangifte over het tijdvak waarin de vordering oninbaar is geworden. Je trekt daarin zowel de omzet als de btw af bij rubriek 1a of 1b, zodat je de eerder afgedragen btw terugkrijgt. Je hoeft hiervoor geen apart formulier in te dienen; je verwerkt het simpelweg in de aangifte van het juiste tijdvak.
Betaalt je klant later alsnog (een deel van) de factuur? Dan geef je de btw over dat ontvangen deel opnieuw aan in de btw-aangifte over het tijdvak waarin je de betaling ontvangt. De teruggaaf die je eerder kreeg, draai je dus voor dat deel weer terug. Zo klopt je btw uiteindelijk precies met wat je werkelijk hebt ontvangen.
Een openstaande post is een factuur die nog niet is betaald, maar waarvan je de betaling in principe nog verwacht. Een oninbare vordering is een openstaande post waarvan vaststaat dat de klant definitief niet meer gaat betalen. Pas als een openstaande post oninbaar is geworden, mag je de btw erover terugvragen; voor gewone openstaande posten kan dat niet.
Heb je geen betalingstermijn met je klant afgesproken, dan geldt de wettelijke termijn van 30 dagen nadat je klant de factuur heeft ontvangen. Die 30 dagen vormen dan de uiterste betaaldatum. De uiterste termijn waarop de vordering sowieso als oninbaar geldt, één jaar, gaat vanaf dat moment lopen.
Ontdek je pas na afloop van een tijdvak dat een vordering toen al oninbaar was, dan corrigeer je dat eerdere tijdvak. Gaat het om een klein bedrag, dan mag je de correctie meenemen in je eerstvolgende btw-aangifte; bij een groter bedrag doe je dit met een aparte suppletie. Zo vraag je de btw die je te veel hebt afgedragen alsnog terug. Loop daarom bij elke btw-aangifte je openstaande facturen na op oninbaarheid, zodat je de teruggaaf zoveel mogelijk in het juiste tijdvak verwerkt.